vrijdag 21 september 2012

Hoe de hoofdlijnennotitie Aanpassing ontslagrecht en WW aan twee kanten in het vlees van de samenleving snijdt



De overheid wil het ontslagrecht grondig hervormen. De Nederlandse arbeidsmarkt is volgens de regering onvoldoende flexibel en staat daardoor de arbeidsmobiliteit in de weg. Vast is te vast en flex is te flex, aldus de regering. In de Hoofdlijnennotitie aanpassing ontslagrecht en WW (hierna ook: “de hoofdlijnennotitie) worden de hoofdlijnen van het nieuwe ontslagrecht uiteen gezet. Deze notitie bespreek ik in dit artikel.


De hoofdlijnennotitie staat bol van ongefundeerde aannames en onduidelijkheden.  Een goed voorbeeld daarvan is het volgende citaat: De effecten op de arbeidsmarkt zullen nog nader geanalyseerd worden door het CPB. De voorgestelde maatregelen verbeteren (dus niet eens een slag om de arm vanwege nog te verrichten onderzoek) de werking van de arbeidsmarkt. De dynamiek op de arbeidsmarkt wordt versterkt, er wordt meer geïnvesteerd in scholing en duurzame inzetbaarheid en de kloof tussen tijdelijke en vaste contracten wordt aanzienlijk verkleind” (p.12 Hoofdlijnennotitie Aanpassing ontslagrecht en WW). Ik vind het opvallend dat men nog voordat er ook maar iets is geanalyseerd, al conclusies trekt. Dat oogt in ieder geval onzorgvuldig.

Onduidelijk blijft wat gaat gelden bij het eindigen van een dienstverband van bijvoorbeeld zes maanden. Moet dan ook nog zes maanden WW worden betaald door de werkgever? Volgens mij loopt dit voorstel dan uit op een grote lastenverzwaring voor werkgevers. Lange dienstverbanden komen immers steeds minder voor, zodat de wet van de grote getallen gaat gelden. Het dure ontslag van oudere werknemers komt immers veel minder vaak voor dan het beëindigen van een tijdelijke of kortdurende arbeidsovereenkomst. Bovendien eindigt dit type overeenkomst vaak omdat er geen goede match is tussen werkgever en werknemer of omdat bedrijfseconomische redenen een voortzetting onmogelijk maken.

Advocatenparadijs?

Verder wil men vereenvoudigen want het ontslagrecht is een "advocatenparadijs" (pagina 5 van de hoofdlijnennotitie). Kennelijk is dat bezwaarlijk, maar wat daar ook van zij, het is opvallend dat in de hoofdlijnennotitie al veel uitzonderingen op hoofdregels worden voorgesteld, een voorbeeld: “Daarnaast kunnen de relatieve kosten bij een individueel ontslag voor kleine bedrijven groter zijn, gegeven hun geringe omvang. Bezien wordt hoe wat betreft de betaling van de eerste maanden van de WW voor kleine werkgevers een uitzondering wordt gerealiseerd. Aandachtspunten daarbij zijn een evenwichtige behandeling van kleine en grote bedrijven, de reikwijdte van de uitzondering (generiek voor kleine werkgevers of alleen in specifieke gevallen) en de budgettaire consequenties" (p. 13 Hoofdlijnennotitie Aanpassing ontslagrecht en WW). Dit is slechts een van de vele punten waarop uitzonderingen moeten worden ingevoerd volgens de notitie. Uitzonderingen maken het paradijs voor de advocaat lijkt mij. Als het vereenvoudigen een doel is dan lijkt de voorgestelde weg in ieder geval de verkeerde kant op te leiden.

Positie van ouderen

Ouderen worden bovendien in mijn ogen niet afdoende beschermd. Dat is vooral nadelig voor werknemers met zwaar lichamelijk werk of werk dat het lichaam zwaar belast. Deze mensen werken vaak lang voor een werkgever en op het moment dat zij de nadelige gevolgen gaan voelen en dus vaker verzuimen, kan een werkgever hen eenvoudiger ontslaan. De kosten voor het ontslag, in beginsel een boete van maximaal een jaarsalaris (herstel van de arbeidsrelatie is immers een van de grootste ficties in ons wetboek), kunnen dan lager zijn dan de lange termijn kosten als gevolg van verzuim en re-integratie. Dit maakt het verleidelijk voor een werkgever om een bedrijfseconomische keuze te maken. De werknemer zal echter als gevolg van zijn kwalen niet snel ander werk vinden. De beperkte positieve gevolgen voor de flexibele schil wegen daar naar mijn mening onvoldoende tegenop.

Ik zal dit illusteren met een praktijkvoorbeeld. In een branche (ik zal de branche niet vermelden) is bekend dat het bedienen van een bepaald apparaat nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid indien het werk langer dan 4 uur op een dag wordt gedaan zonder regelmatige pauzes. Deze kennis wordt echter genegeerd omdat het niet negeren van dit advies de bedrijfsvoering zeer nadelig zou benadelen en de branche haar wereldwijde vooraanstaande positie kan verliezen. De werknemers worden geacht door te gaan. De werknemers doen dit jarenlang, veelal in het belang van het bedrijf en omdat zij (buiten een vertrek) geen keuze hebben. Wanneer zij de leeftijd van 50 jaar bereiken worden de gevolgen voelbaar. Nekklachten en rugklachten verergeren en leiden tot (langdurig) verzuim. Uiteraard kost dit de werkgever geld, de kosten wegen echter niet op tegen de baten van het niet werken volgens wat gezond zou zijn voor de werknemer. Nu kan een dergelijke werknemer alleen tegen een forse ontslagvergoeding worden ontslagen. Dit doet mijns inziens ook recht aan de situatie. De werkgever heeft namelijk een verantwoordelijkheid richting de werknemer. In het voorgestelde aangepaste ontslagrecht komt deze werknemer met een minimale vergoeding op straat te staan met alle financiele en persoonlijke gevolgen voor deze moeilijk tot niet bemiddelbare werknemer.

Proeftijdontslag

Wat verder niet naar voren komt is hoe men om zal gaan met het proeftijdontslag. Moet dan ook de WW-last door de werkgever worden gedragen? Als dat zo wordt uitgelegd vraag ik mij af wie nog personeel in dienst wil nemen. Als dat niet het geval is zou het aantal proeftijdontslagen wel eens drastisch kunnen toenemen. Werknemers krijgen dan minder ruimte om te wennen aan het bedrijf en hun nieuwe baan. De werkgever wil immers niet met relatief hoge kosten bij ontslag na 6 maanden worden geconfronteerd, dus bij twijfel proeftijdontslag.

WW-hervorming

Volgens de hoofdlijnennotitie dienen werkgevers de eerste zes maanden van de WW-uitkering te betalen. Dit risico ligt nu bij de staat. De gemiddelde duur van een WW-uitkering is mij niet bekend, maar het gros van de werklozen vindt in ieder geval binnen een jaar een baan.(bron: CBS.nl )

Als het risico weggaat bij de staat zou je mogen verwachten dat de WW-premie en AWf-premie zal dalen na de invoering van het nieuwe ontslagrecht. Dat is echter niet zo, zoals blijkt uit de volgende passage in de hoofdlijnennotitie:
Het neerleggen van de kosten voor (maximaal) de eerste zes maanden werkloosheid bij individuele werkgevers levert een belangrijke bijdrage aan het herstel van de overheidsfinanciën. Op dit moment worden de werkloosheidsuitkeringen gedurende de eerste 6 maanden ten laste van de sectorfondsen gebracht. Per 2014 komen alle WW-uitkeringen ten laste van het AWf en komen de lasten tot de eerste maanden van werkloosheid voor rekening van de werkgever. Daarmee wordt een deel individueel gefinancierd en een deel collectief gefinancierd. Met ingang van 2014 zal er dientengevolge alleen een premieheffing ten gunste van het AWf plaatshebben. De premieopbrengst blijft gelijk: de uniforme premie voor het AWf wordt vastgesteld op de som van de voormalige gemiddelde WW-premie ten behoeve van de sectorfondsen en de uniforme premie voor het AWf. (p. 14 hoofdlijnennotitie)

Ik denk dat iedere verzekeraar het water in de mond zal lopen bij een dergelijk idee. De premie blijft gelijk maar het eigen risico ontploft. De meeste verzekeraars komen hier echter niet mee weg.
Conclusie

Het nieuwe ontslagrecht is een stap in de verkeerde richting voor de economie, werkgevers en werknemers. Dat het ontslagrecht hervorming behoeft is te verdedigen, maar het in de hoofdlijnennotitie geschetste idee is niet de oplossing die wordt gezocht.

Het in de beleidsnotitie voorgestelde beleid is eigenlijk niet meer dan een ordinaire en kortzichtige bezuiniging op de WW ten koste van werknemers (die raken zekerheden kwijt) en werkgevers (hogere ontslagkosten en gelijkblijvende WW-premie). Immers blijft de premieopbrengst gelijk: de uniforme premie voor het AWf wordt vastgesteld op de som van de voormalige gemiddelde WW-premie ten behoeve van de sectorfondsen en de uniforme premie voor het AWf. Werkgevers gaan echter wel de eerste zes maanden voor hun rekening nemen, zodat een grote bezuiniging ontstaat aan de uitgavenkant. Het mes snijdt daarmee voor de overheid aan twee kanten in het vlees van de samenleving. In plaats van dat flex vaster wordt en vast minder flex wordt alles slechts flex en dat lijkt mij voor de arbeidsmarkt op lange termijn ongunstig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen